Therapeutische FAQs

Waarover gaat Schateiland?

Het gedragstherapeutische computerspel Schateiland speelt zich af op een oud zeilschip. Om een oude schatkaart te kunnen ontcijferen, heeft de kapitein de hulp nodig van een kind. Het moet daartoe verschillende opgaven op het schip oplossen. Wanneer alle taken van een opgavensoort zijn opgelost, krijgt het een zeester, die in de schatkaart  kan worden ingezet. Daardoor wordt deze leesbaar en krijgen kind en kapitein verdere aanwijzingen waar ze naar de schat moeten zoeken. De scheepspapegaai is het symbool voor het hulp-menu en staat het kind met raad en daad terzijde.  

Voor wie werd Schateiland ontwikkeld?

Schateiland werd ontwikkeld om psychotherapeuten in hun werk met negen tot dertienjarige kinderen te ondersteunen. Het spel levert talrijke voorbeelden van gedragstherapeutische concepten waaraan de therapeut ook in het verdere beloop van een behandeling kan aanknopen, mede met ‚traditionele’ therapeutische methodes, zoals rollenspel, gesprek, tekeningen enz. Ook kan Schateiland de therapeut helpen de therapiezitting te structureren. Bovendien is het geschikt als beloning tijdens een therapiezitting („als je nu goed meewerkt, spelen we de laatste tien minuten aan de computer!“).

Hoe kan Schateiland in een therapie worden ingezet?

In Schateiland zijn verschillende cognitief-gedragstherapeutische elementen verwerkt uit bekende therapie-programma’s zoals ‚Coping Cat‘ (Kendall 1990), ‚Friends‘ (Barrett 2000), ‚Think good – feel good‘ (Stallard 2003), ‚Exploring feelings‘ (Attwood 2004) en ‚Keeping your cool‘ (Nelson & Finch 1996). De volgende onderwerpen komen  in Schateiland aan bod: onze persoonlijkheid kan onderverdeeld worden in gedachten, gevoelens en gedrag (Level 1); gedachten beinvloeden onze gevoelens (Level 2); het herkennen van verschillende gevoelens aan de hand van de gezichtsuitdrukking en de lichaamstaal van een persoon (Level 3); het verschil tussen opbeurende en weinig opbeurende (= automatische negatieve) gedachten (Level 4); de ‚jacht‘ op weinig opbeurende gedachten, die door opbeurende gedachten moeten worden vervangen. Nadat het kind alle opgaven heeft opgelost, worden in Level 6 de verschillende onderwerpen kort herhaald. Tenslotte krijgt het kind een zeevaardersoorkonde  waarop staat wat het in het spel heeft geleerd. Deze oorkonde wordt uitgeprint en door de therapeut ondertekend. Het bewerken van een level duurt maximaal 20 minuten. Voor een optimaal gebruik van Schateiland legt de therapeut het onderliggende concept eerst met andere middelen uit en speelt daarna samen met het kind het bijbehorende level, of ze spelen eerst samen het level en werken daarna nogmaals met andere middelen aan het concept  dat daarin werd behandeld. Per therapiezitting zou niet meer dan een level moeten worden gespeeld.

Wat biedt Schateiland niet?

Schateiland is geen zelfhulp-spel. Een kind dat Schateiland zonder de commentaren van een vakpersoon speelt, zal het misschien leuk of grappig vinden, maar de diepgang en de algemene betekenis van de daarin verwerkte concepten vermoedelijk niet begrijpen, noch het verband met zijn eigen problemen kunnen leggen. Wanneer een kind aan wie de therapeut het spel laat zien alleen verveeld zegt  „dit spelletje ken ik al lang!“ is het verrassingseffect weg en kan Schateiland niet meer optimaal bij een psychotherapie worden ingezet. Het is daarom in het belang van therapeuten het spel niet te verspreiden maar binnen de therapeutische gemeenschap te houden.

Kan Schateiland een psychotherapie vervangen?

Therapeutische computerspelletjes zonder begeleidende psychotherapie zijn niet afdoende voor de behandeling van een psychische stoornis. Ook zal de meerwaarde van een therapeutisch computerspel alleen ontstaan wanneer dit spel wordt ingezet door een vakpersoon – tovenarij in de vorm van een computerspel dat de problemen van een kind zomaar laat verdwijnen bestaat niet. Schateiland ondersteunt de therapeut door het leveren van passende opgaves en het structureren van de therapiezitting. Het blijft echter de taak van de therapeut om de daarin verwerkte concepten uit te leggen en hun betekenis voor de specifieke problematiek van het kind duidelijk te maken.   

Voor welke stoornissen / problemen is Schateiland geschikt?

Het draaiboek van Schateiland werd bewust niet alleen aan de hand van therapieprogramma’s voor angstige of depressieve kinderen (Kendall 1990, Barrett 2000, Stallard 2003) ontwikkeld, maar ook voor kinderen met aggressief gedrag (Nelson & Finch 1996). Het verband tussen gedachten, gevoelens en gedrag is tenslotte universeel en voor kinderen met gedragsproblemen net zo relevant als voor kinderen met internaliserende stoornissen. Ook het concept van de opbeurende en weinig opbeurende gedachten (bij volwassenen zou men zeggen de negatieve automatische gedachten) is voor kinderen met aggressief gedrag van betekenis. Juist van deze kinderen is bekend dat zij bij anderen vaak ten onrechte vijandige bedoelingen  vermoeden en daarmee hun eigen aggressieve reactie rechtvaardigen (zie b.v. Lochman & Dodge 1994, Dodge & Rabiner 2004). In Schateiland wordt dit b.v. gethematiseerd met de weinig opbeurende gedachten  ‚ze willen me alleen maar pesten – zoals altijd!‘, ‚mijn problemen zijn de schuld van anderen‘, ‚anderen zijn tegen mij extra gemeen‘ en ‚ik ben gewoon zo, daar kan ik ook niets aan doen!‘. De bijhorende opbeurende gedachten zijn dan b.v. ‚misschien was het niet zo bedoeld?‘, ‚misschien ligt het ook een beetje aan mij‘, ‚ik ben ook niet altijd even aardig‘ en ‚het is moeilijk te veranderen, maar het kan wel!‘ (Brezinka 2007; Brezinka & Hovestadt 2007).  

Uiteindelijk ligt de beslissing voor welke stoornissen Schateiland wordt ingezet bij de therapeut. Dat geldt ook voor de leeftijdscategorie – wij hebben Schateiland al met succes bij kinderen ouder dan dertien en jonger dan negen jaar gebruikt.

Uit feedback van onze gebruikers blijkt dat Schateiland ook met succes kan worden ingezet bij jongeren met een stoornis van Asperger, bij jongeren met een lichte verstandelijke beperking en in groepen van twee tot drie kinderen, die Schateiland gesamenlijk spelen.

In welke talen is Schateiland beschikbaar?

Op dit moment staat Schateiland in het Duits, Engels en Nederlands ter beschikking. Een potentieel voordeel van therapeutische computerspelletjes is dat ze relatief eenvoudig kunnen worden vertaald, waardoor het eventueel beter lukt om groepen aan te spreken die met traditionele middelen niet voldoende worden bereikt, zoals b.v. migranten. Omdat ons budget volledig is opgemaakt, zijn we aangewezen op donaties van de gebruikers van Schateiland om het spel ook in andere talen te kunnen ontwikkelen.

Wordt Schateiland werkelijk kostenloos beschikbaar gesteld?

Schateiland is een innovatief medium om een psychotherapie van kinderen te ondersteunen. Om dit medium snel te verspreiden heeft de Universiteit Zurich voor een innovatief model gekozen: Schateiland wordt aan vakpersonen, die zich zodanig moeten legitimeren, kostenloos beschikbaar gesteld. Echter, voor de support van de website alsmede verdere ontwikkelingen van het spel zijn we aangewezen op de financiele ondersteuning door de gebruikers. We verzoeken daarom alle gebruikers en vrienden van Schateiland, ons in de vorm van donaties te ondersteunen. De ontvangen middelen worden uitsluitend gebruikt voor de support van de website en de verdere ontwikkeling van Schateiland of andere therapeutische computerspelletjes.

Literatuur

Attwood, T. (2004). Exploring feelings. Cognitive behaviour therapy to manage anxiety. Arlington, Future Horizons.

Barrett, P., Lowry-Webster H., Turner, C. (2000). Friends for Children Workbook. Bowen Hills, Australian Academic Press.

Brezinka, V. (2007). Schatzsuche - ein Computerspiel zur Unterstützung der kognitiv-verhaltenstherapeutischen Behandlung von Kindern. Verhaltenstherapie 17(3): 191-194.

Brezinka, V. and L. Hovestadt (2007). Serious games can support psychotherapy of children and adolescents. USAB 2007, Lecture Notes in Computer Science 4799. A. Holzinger. Berlin, Springer: 359-366.

Dodge, K. A. and D. L. Rabiner (2004). Returning to roots: on social information processing and moral development. Child Development 75: 1003-1008.

Kendall, P. C. (1990). Coping Cat Workbook, Available from P.C. Kendall, Department of Psychology, Temple University, Philadelphia, PA 19122.

Lochman, J. E. and K. A. Dodge (1994). Social-cognitive processes of severly violent, moderately aggressive, and nonaggressive boys. Journal of Consulting & Clinical Psychology 62(2): 366-374.

Nelson, W. M. and A. J. Finch (1996). "Keeping Your Cool": Cognitive-behavioral therapy for aggressive children: Therapist manual. Ardmore, PA, Workbook Publishing.

Stallard, P. (2003). Think good - feel good. A cognitive behaviour therapy workbook for children and young people. Chichester, John Wiley & Sons, Ltd.